2009     2008     2007     2006     2005     2004     2003     2002     2001     2000     1999     1998     1997     Oud  

<< 1997         oudere Werken          

laatste update: 27-07-2009
 

Klik op de Thumbnail om de foto in nieuw venster te bekijken.  In verband met de beperkte capaciteit staan er van de diverse werken slechts een paar foto's op de site. Mail ons voor de overige en/of onbewerkte foto's (High Resolution/HQ).

  
 
  
 

sloop fabriek Alkmaar

volgt ...

graven in Amersfoort 

volgt ...

Buka waterwerkzaamheden

volgt ...

sloop viaduct voor van Vliet

volgt ...

sloop 50KV station Haarlem

volgt ...

realisatie DSM project

volgt ...

Cruiseterminal Amsterdam

volgt ...

sloop Bijlmerflats

volgt ...R335, R383, R376 BFI

viaduct Zoeterwoude bezwijkt in drie tellen

volgt ...

Bouwput voor ABN-AMRO hoofdkantoor Amsterdam

volgt ...R385,R337,K301   opdrachtgever NBM-Amstelland

Grote schoonmaak in Ketelmeer

volgt ...R386,R383,R385

viaduct Zoeterwoude bezwijkt in drie tellen

volgt ...Cat 350L    opdrachtgever BFI 

Natte put voor parkeergarage in Groningen

volgt ...TU374    opdrachtgever Ballast Nedam

Verwijderen rioolbuizen in Den Haag

volgt ...TU333    opdrachtgever KWS & Ballast Nedam

sloop Belastingkantoor Amstelveen

volgt ...R376 + Cat 350   sloop voormalig belastingkantoor voor firma Baars 

Eerste Boortunnel van Nederland in voorbereiding

volgt ...TU374 Johan Brunn tweede Heinenoordtunnel

winkelcentrum Amstelveen

volgt ...R383

Schiphol

volgt ...R336    opdrachtgever Ballast Nedam

Lagune Dolfinarium Harderwijk

volgt ... R374,R385,R383

BFI en Van Tunen slopen Provinciehuis ’s-Gravenhage

volgt ...R336,R380,R376,R335

Spoorwegwagons naar eindstation

In opdracht van HKS Metals BV. houdt Van Tunen zich momenteel bezig met de sloop van afgekeurde wagons.

Op treinstations worden wagons geïnspecteerd. Wanneer een wagon tijdens zo’n inspectie wordt afgekeurd, bijvoorbeeld doordat schade is ontstaan, koopt HKS dit treinstel, ongeacht waar het zich in Nederland bevindt.

Van Tunen sloopt deze wagons ter plaatse. Dit wordt gedaan met behulp van een hydraulische graafmachine uitgerust met schaar. Wanneer het materiaal geknipt is, laad Van Tunen het met een poliepgrijper in containers om het vervolgens voor verdere verwerking naar het terrein van HKS Metals in Amsterdam of naar Hoogovens te vervoeren.

Dijkverwaring bij Kampen

Na de introductie van de nieuwe Åkerman EC420 vorige maand, is het toch al imponerende machinepark deze maand uitgebreid met de TU336, een Caterpillar 350L met straight boom. Wederom een noviteit, want het is de eerste machine in deze uitvoering in Europa.

De machine kon al snel zijn diensten bewijzen: begin september 1995 werd de Cat direct ingezet in de omgeving van Kampen. Arie-Jan Havenaar van Van Tunen werkte met de machine aan de dijkverzwaring.

Het waterschap IJsseldelta heeft in de omgeving van Kampen, na de wateroverlast van de afgelopen winter, grote haast met de dijkverzwaring langs de IJssel. In eerste instantie werkte Arie-Jan met de Åkerman EC420. Deze machine was echter niet echt geschikt voor de gevraagde capaciteit. 

Al snel bleek dat de Caterpillar 350L wél zeer geschikt was voor deze klus. “De eerste draaidag bleek al dat de Cat 350L een perfecte machine voor dit werk was. Er werd een gemiddelde productie gehaald van 450 ton per uur,”aldus Arie-Jan.

Ultramodern
De Caterpillar 350L straight boom is een ultramoderne machine met een enorm motor- en hydraulisch vermogen. De machine heeft een 6 cilinder motor, type 3306c met een vermogen van 286pk. Naast een eigen gewicht van 53 ton heeft de Cat een gieklengte van 12 meter. 
De reikwijdte met bak bedraagt 14 meter terwijl de graafdiepte met bak 9 meter en met knijper 15 meter bedraagt. De kraan beschikt over een bakinhoud van 2.000-3.000 liter.

De machine bevat verder veel extra’s. Schaar-, hamer-, vergruizer-, roteer- en knijperfuncties zorgen ervoor dat de nieuwe aanwinst geschikt is voor zowel grondwerk, overslagwerk en bagger en sloopwerkzaamheden. De machine kan door middel van een snelwissel-systeem in korte tijd worden voorzien van de gewenste uitrustingstukken. 

Ook het comfort ten behoeve van de machinist is in deze machine niet vergeten. Airconditioning, cabinebescherming, een elektronisch controlesysteem, een speciale stoel met hoge leuning, zelfs een koelbox ontbreekt niet in deze Cat.

Arie-Jan draaide in Kampen 9 weken achter elkaar lange werkdagen. Op 26 oktober was de klus geklaard. Arie-Jan kon voldaan terugkijken op deze periode waarin hij prettig samenwerkte met collega-dumper-chauffeurs. Hij beaamde dat de TU336 een ware aanwinst is: “In 9 weken tijd is er totaal circa 117.000 ton klei mee gelost”.

buitenkade Hoogovens

Begin september 1995 stond Van Tunen voor een buitengewone klus. 

De buitenkades 1 en 3 van Hoogovens staan op palen. Er bevindt zich dus in principe water onder de kades. De afgelopen jaren was de locatie echter behoorlijk aangeslibd. 
Alle reden voor opdrachtgever Boskalis Van Tunen te vragen hier iets aan te doen. 

De wens was een talud te trekken van 1:2. Het beginpunt was 5,30 meter onder N.A.P. en negen meter onder de kade en eindigde 12,50 meter onder N.A.P. Kortom een nieuwe uitdaging die op de voet werd gevolgd door veel potentiële relaties.

Met de TU376 werd vanaf een ponton een begin gemaakt met het uitbaggeren van de havens tot een diepte van 12,50 meter. Werkzaamheden die voortvarend verliepen, maar een talud maken dat negen meter onder de kade begint vereist meer dan baggercapaciteiten alleen. 

Om de activiteiten naar behoren te kunnen uitvoeren nam de nieuwe Cat 375LLR (TU 383) de werkzaamheden over van de TU 376.

Volgens de Van Tunen traditie werd de nieuwe Cat 375LLR grondig onder handen genomen door de mannen van de technische dienst en hier en daar nog eens extra aangepast.
Na het nodige sleutel-, schuur- en schilderwerk, kwam de nieuwe aanwinst zaterdag 9 september uit de werkplaats en werd door Henk Beentjes per dieplader naar zijn eerste project vervoerd. 

De toch al imponerende giek van 20 meter werd nog eens verlengd met 10 meter. Daarnaast werd de giek voorzien van hoek- en dieptemeters zodat de machinist in de cabine precies de radius, de diepte en het profiel van het talud kon bepalen. 

Ondanks de vele innovatieve aanpassingen blijft voorop staan dat je zonder de vakkundigheid van de machinist van de machinist niet ver komt. Fred van der Eng liet samen met Mark Hollenberg een fraai staaltje teamwerk zien. 

Binnen drie weken werd de klus geklaard en dat was ruim binnen de planning. Met een maximale afwijking van slechts tien centimeter werd het talud afgeleverd. 
Een uitstekende prestatie die aangeeft dat Van Tunen zelf onder water zijn mannetje staat.

Sloop industriecomplex Aagtenhof

De firma Marlo knapt op dit moment (midden 1995) in Beverwijk het industriecomplex  Aagtenhof op.  

Binnenkort zullen op deze locatie enkele tientallen grote en kleine ondernemingen worden gevestigd. Teneinde het bedrijvencomplex geschikt te maken voor deze nieuwe doeleinde moest de oude watertoren, die sinds jaar en dag boven het terrein uitsteekt, worden gesloopt. 

De bedrijfshallen onder het karakteristieke bouwwerk moeste gespaard blijven. Kortom, een nogal secure sloopklus en derhalve een karwei bij uitstek voor Van Tunen en zijn Åkerman H25DLC lange sloopkraan met speciale schaar.

De oude toren kon, ondanks zijn lastige positie, probleemloos worden ontmanteld dankzij de 23 meter lange sloopgiek waarover de Åkerman beschikt. 
Met grote precisie hapte de ‘dinosaurusbek’ de watertoren in stukken. De machinist wist zelfs een houten kozijn in zijn geheel te verwijderen. 

Het badhuis behorend bij de watertoren ging eveneens tegen de vlakte. De werkzaamheden trokken veel bekijks, terwijl ook enkele dagbladen aandacht besteedden aan de sloop van de watertoren.

De oude watertoren is indertijd gebouwd om de watervoorziening van de rijtuigenfabriek Beijnes op voldoende druk te houden. Later werd het industriecomplex in gebruik genomen door Hoogovens. Inmiddels heeft ook Hoogovens het terrein verlaten en nu krijgt de Aagtenhof andermaal een nieuwe bestemming. 

Projectontwikkelaar Marlo Bedrijvencentrum realiseert op deze locatie onder andere een bouwmarkt, annex hobby- en tuincentrum en een indoor kartbaan.     

sloop Veempakhuizen Kop van Zuid Rotterdam 

Op de Kop van Zuid in Rotterdam moeten twee grote veempakhuizen plaats maken voor een nieuwe ringweg. Deze ringweg leidt vanaf de nieuwe Erasmusbrug rond Rotterdam en heeft vanwege zijn bijzondere vorm in de volksmond reeds de bijnaam “De Zwaan”gekregen.

In Rotterdam worden op dit moment ambitieuze stadsprojecten gerealiseerd. Met name op de Kop van Zuid verrijzen complete nieuwe stadswijken. 

Jeroen van Son en Flip Lauwerens zijn aanwezig met de TU380, een 70-tons Cat met breekbak en de TU333, een 45-tons Åkerman H16 DLC met crusher. 

Ook bij deze klus bewees de ‘dinosaurusbek’ met zijn specialistische vaardigheden goede diensten. Het werk wordt uitgevoerd in opdracht van
Sluyk Sloopwerken uit Lekkerkerk. 
Begin juli is een begin gemaakt met de werkzaamheden, die in zo’n drie maanden zullen worden afgerond.

constructie put voor warmtekrachtcentrale Moerdijk

Zoals bekent is Nederland in het gelukkige bezit van een enorme gasbel. Onuitputtelijk als hij eerst leek, blijkt de bel inmiddels wel degelijk te slinken. De boodschap is tegenwoordig derhalve: zuinig met aardgas. 

In opdracht van de NV Energie Productiemaatschappij Zuid-Nederland wordt daarom bij Moerdijk een warmtekrachtcentrale gebouwd die een energiebesparing van 60 miljoen m³ aardgas per jaar zal opleveren. Met de bouw van de centrale is reeds in december 1993 een aanvang gemaakt en hij zal in januari 1997 worden opgeleverd. 

Ook Van Tunen leverde een bijdrage aan de realisering van dit gigantische project.

Drie fase
Ten behoeve van de warmtekrachtcentrale moest midden 1995 een put worden geconstrueerd met een diepte van 15 meter. Edwin Slikker, Sjaak van der Geer en Arnold van Ouwerkerk werden voor dit karwei ingezet.

Zij werden hierbij ondersteund door de TU376, een Åkerman H25DLC, die was voorzien van een schalenknijper. Opdrachtgever voor het graafwerk was Van Halteren Heien en Grondwerken te Bunschoten.

De constructie van de put vond plaats in drie fasen. Na het heien van een damwand werd tot een diepte van 5 meter de aarde weggegraven. 

Vervolgens werd gestempeld om de tweede laag van 5 meter weg te kunnen graven. Na het tweede stempel stempelen werd de put tot de rand gevuld met water. Alles ging voorspoedig tot dit moment. Tijdens de derde ‘natte fase’ op een diepte van 10-15 meter kregen de mannen enige tegenslagen te voorduren. 

Door problemen met de hoekconstructies stagneerde de werkzaamheden enigszins. De allerlaatste kuubs konden zelfs niet meer machinaal worden uitgevoerd. Er moesten dan ook duikers aan te pas komen. Dankzij hun inspanningen en die van de mannen van Van Tunen verliepen de verdere werkzaamheden uiteindelijk weer voorspoedig en was de put op tijd gereed. 

sloop Sint Antoniusziekenhuis Sneek

Ziekenhuis Sneek tegen de vlakte
De sloop van het eens zo imposante Sint Antonius ziekenhuis in het centrum van Sneek vordert gestaag. 
Voor deze enorme sloopklus heeft Van Tunen een Åkerman H25 DLC ingezet met een sloopgiek van maar liefst 23 meter. 

Niet alleen deze machine is nieuw voor Nederland, ook is de machine voorzien van een schaar/crusher, die in één keer beton vergruist en betonijzer doorknijpt. De aanblik van de machine en deze schaar is zo imponerend, dat hij in de wandelgangen ‘dinosaurusbek’ wordt genoemd. Deze innovatieve wijze van slopen heeft al gezorgd voor veel landelijke interesse.

De sloop vraagt een specialistische aanpak, omdat de voorgevel van het pand behouden dient te blijven. Uitvoerder Dirk Boersma van de opdrachtgever Van der Meulen en van der Wiel uit Drachten is uitermate tevreden over de wijze van slopen.

”In de winter kwam ik met Van Tunen in aanraking tijdens een zeefklus. Een gelegenheid waarbij ik de nieuwe giek met schaar mocht aanschouwen. Omdat de sloop van het ziekenhuis voor de deur stond, met als extra opdracht het behoud van de voorgevel, wilden wij deze sloopmethode van Van Tunen graag uitproberen. Nu is al duidelijk dat de methode werkt en de sloop volgens planning verloopt”,aldus Boersma.

Het grote voordeel van deze aanpak is dat de machine vanaf de grond op hoogte werkt. Met nauwgezette precisie ‘knabbelt’ de schaar stukje voor stukje delen van het gebouw af. Hierbij is het een pluspunt dat de schaar zowel horizontaal als verticaal kan knippen, waardoor de knipcapaciteit alleen maar groter wordt. 

Omstreeks augustus moeten de werkzaamheden afgerond zijn. De vrijgekomen ruimte zal worden volgebouwd met winkels, woningen en kantoren.

Na de sloop van het ziekenhuis dienden er zich direct nieuwe klussen voor de Dino-bek aan. Een watertoren in Beverwijk en twee veempakhuizen in Rotterdam waren de twee volgende ‘prooien’ van deze dinosaurusbek.

Een nieuwe uitdaging op de waddenzee; "reparatie Pollendam bij Harlingen"

Hans Rijkers en Fred van der Eng moesten er enige maanden op wachten, maar nu werken zij met volle macht aan de reparatie van de Pollendam in de Waddenzee bij Harlingen. 

Een uniek project van het Alkmaarse aannemingsbedrijf P.Daalder. Naast Van Tunen, werken ook De Vries en Van der Wiel en de firma Klein mee aan de reparatiewerkzaamheden. De Pollendam heeft als functie de belangrijke vaargeul naar Harlingen open te houden.

Volgens planning had de start van dit project medio februari 1995 moeten plaatsvinden. Door de slechte weersomstandigheden in de afgelopen maanden was uitstel noodzakelijk. Van uitstel komt echter niet altijd afstel. Het volledig ingerichte ponton van Van Tunen kon daarom in mei 1995 van IJmuiden naar Harlingen worden gevaren.

Harlingen is een belangrijke haven, die onder andere alle bootverbindingen met Vlieland en Terschelling onderhoudt. Het is daarom noodzakelijk de vaargeul open te houden. 

De Pollendam voorziet daarin. De ongeveer drie kilometer lange dijk is uniek omdat deze volledig in zee ligt. Het begin ervan is ongeveer één kilometer buiten de haven van Harlingen te vinden. Alleen bij laag water is de kruin van de Pollendam te zien, het grootste gedeelte bevindt zich onder water.

Talud
Door de sterke stroming, die van drie kanten komt, is de dijk aan de vaargeul-zijde uitgesleten. Met behulp van fosforslak en stortsteen wordt dit gerepareerd. De materialen worden door binnenvaartschepen naar Harlingen vervoerd. Hier worden de slakken over geladen in splijtbakken. Dit zijn boten die over de volle lengte kunnen splijten om de lading te lozen daar waar gewenst.

Na het storten is het de taak van Van Tunen het talud van de dijk optimaal af te werken. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van de TU374, een Åkerman H25 CLC, voorzien van een 19 meter lange giek en speciaal uitgerust met dieptemeter.

Met behulp van satellietnavigatie wordt het ponton in de juiste positie gevaren. Vervolgens laat een splijtboot zijn lading vallen en peilt Rijkswaterstaat de ligging van de forsorslakken. Van deze peilingen worden werktekeningen gemaakt, waarmee Fred en Hans aan de afwerking van het talud kunnen beginnen.

Een beeldscherm in de cabine biedt de beide machinisten de mogelijkheid de bewegingen van de bak onder water te volgen. 

Van Tunen zal de werkzaamheden in de maand augustus afronden. De firma Klein zal aansluitend over de lengte van 800 meter een afdeklaag stortsteen op het talud aanbrengen. Hiermee is de Pollendam weer jaren berekend op zijn belangrijke taak; het open houden van de vaargeul bij Harlingen.
 

Visserijhaven IJmuiden voorzien van bodemverdediging

In de maand april 1995 heeft Van Tunen weer een aansprekend project afgerond. In opdracht van hoofdaannemer J.G. Nelis en opdrachtgever Rijkswaterstaat werd in korte tijd in de IJmuidense Visserijhaven een cornet ontgraven en voorzien van 2400 ton verschillende stortingsmaterialen die dienen als bodemverbetering.

Sinds vorig jaar onderhoudt Scandinavian Seaways wekelijkse verbindingen met Zweden en Noorwegen. In de maand mei wordt een nieuwe verbinding met Newcastle (Engeland) toegevoegd. 

Het fantastische schip Winston Churchill wordt hiervoor ingezet en de Visserijhaven, nabij de Felison Terminal, is als vaste ligplaats aangewezen. 
Gelet op het enorme vermogen van schepen als de Winston Churchill en de gevolgen voor de bodem van de haven was het aanleggen van een goede bodemverdediging een absolute noodzaak. De schroeven van grote schepen werken zonder bodemverdediging de bodem los. 
Het is vanzelfsprekend dat dit moet worden voorkomen.

In een tijdsbestek van twee weken diende de volledige klus te zijn geklaard, want dinsdag 11 april werd het eerste schip verwacht. Dit betekende dat Fred van der Eng, Andries Kamps, Werner Mak en Mark Hollenberg namens Van Tunen een mooie maar zware opdracht hadden. 

Maandag 27 maart 1995 werd het ponton via de sluizen naar de wekplek gevaren. De TU 374, een  Åkerman H25 CLC, voorzien van een 19 meter lange giek en speciaal uitgerust met dieptemeter werd ingezet. Dit was nodig, omdat er over een lengte van 20 meter een gelijkwaardige ontgraving en storting van materialen moest plaatsvinden. 

De eerste vier wekdagen stonden in het teken van het ontgraven van een cornet van min. 9 naar min. 10 meter. Een moeilijk onderdeel omdat de invloed van eb en vloed diepteverschillen van soms wel twee meter teweegbracht. Zaterdag 1 april peilden en controleerden duikers het resultaat.

Bodemverdediging
Het sein werd op groen gezet, zodat maandag 3 april de eerste storting met bodemverdedigingsmateriaal startte. Binnenvaartschepen voeren 1000 ton Grauacke aan. 
Dit materiaal, afkomstig uit Duitsland, is te vergelijken met rotssteen. De mannen van Van Tunen kregen opdracht een laag van 50cm aan te brengen. Dinsdag 4 april om 14:00 uur kon den de duikers al naar beneden om één en ander te controleren.

Rust werd er weinig of niet geboden aan Fred, Andries, Werner en Mark, want woensdag 5 april werd 800 ton breuksteen met binnenvaartschepen aangevoerd. Met dit materiaal werd door de heren in twee dagen gelijkmatig een tweede laag van 50cm gestort, zodat donderdag 6 april om 16:00 uur de duikers andermaal een controle konden uitvoeren. 

Een extra belangrijke dit keer, omdat vrijdag 7 april de afsluitende laag, bestaande uit onderwaterbeton, gestort zou worden. Voor een optimaal resultaat was een zo egaal mogelijke ondergrond dan ook een vereiste. Het penetreren van de breuksteenlaag werd uitgevoerd met 600 ton colloïdaal- beton. 

Zaterdag 8 april was de klus geklaard en controleerden duikers met behulp van een peilboot het resultaat. En dat mocht er zijn.

Complimenten
De machinisten Fred van der Eng, Andries Kamps, Werner Mak en Mark Hollenberg, in nauwe samenwerking met Jan Schelvis van Nelis BV. verdienen dan ook een compliment voor de tomeloze inzet deze twee weken. Weken waarin veel vrije tijd werd ingeleverd om alles op tijd klaar te krijgen. 

Dinsdag 11 april meerde het eerste grote schip van Scandinavian Seaways dan ook zonder problemen aan in de Visserijhaven. Er zullen er nog veel volgen.
       

VanTunen actief in Botlekgebied.

De machinisten Jeroen van Son en Mark Hollenberg zijn de afgelopen en komende weken 
(maart 1995) werkzaam in het Rotterdamse Botlekgebied. 

In opdracht van de aannemer Martens en Van Oord en hoofdaannemer H.W.Z. wordt 15.000 ton zand en 20.000 ton staalslak gelost ten behoeve van grondwerkzaamheden aan de Professor Gerbrandyweg in het Rotterdamse havengebied.     

De grondwerkzaamheden vinden plaats op het terrein van C. Steinweg Handelsveem. Op dit terrein heeft hoofdaannemer H.W.Z. al veel grondwerk verricht in de vorm van de aanleg van drainage en riolering. 

De producten zand en staalslak die Van Tunen nu lost voor de aannemer van het totale loswerk, Martens en Van Oord, is bestemd voor de invulling en ophoging van het terrein. Over het zand komt een slakverharding die wordt afgewerkt met drie lagen asfalt.

Jeroen en Mark verrichten de werkzaamheden met de TU 333, een Åkerman H16 DLC met verlengde lepelsteel. “Daar is bewust voor gekozen”, meldt Mark, “omdat we ongeveer 10 meter achter de machine de producten over een kraanbaan moeten gooien”.

En omdat het waterpeil in een half uur soms wel vier meter kan dalen is het moeilijk onder in het schip te komen. Maar met deze oplossing loopt het allemaal voorspoedig.

 Dit alles onder het toezicht van H.W.Z. – uitvoerder G.W. Fokker. Er wordt gewerkt op een nieuwe kade die absoluut niet mag worden beschadigd. Om dit te voorkomen staat de machine op speciale dragline-schotten.

Tunnelgat in Rotterdamse Bergambachtstraat

Begin 1995 was aan de Rotterdamse Bergambachtstraat, geduurende vijf weken, het Van Tunen-blauw een dagelijkse verschijning. Machinist Flip Louwerens was met de TU 374, een Åkerman H25CLC, compleet met 19m giek en knijper, prominent aanwezig. 

Van Tunen werd door aannemer Van der Stoel gevraagd te assisteren bij het graven van een gat ten behoeve van een zogenaamde tunnelbak. Werkzaamheden die slechts een onderdeel zijn van een groot tunnelproject dat wordt uitgevoerd uitgevoerd door hoofdaannemer Westbrabant Wegenbouw

Flip Louwerens kreeg de opdracht een gat te graven van 58 meter lang, 18 meter breed en 7 meter diep.

De graafactiviteiten konden voor het grootste gedeelte in droge ondergrond plaats vinden. Toch ontkwam Flip er niet aan gedeeltelijk onder water te graven. Men was bang dat anders, door opwaartse druk, de bodem omhoog zou komen. Dat werd door de tegendruk van het water voorkomen. 

Tevens werd de bodem door Van Tunen voorzien van ongeveer 35 centimeter grof grind. Deze bodemlaag grof grind dient als ballast voor de tunnelbak. Voordat begonnen wordt met de werkelijke bouw van de tunnelbak zal er eerst nog ballast werkvloer worden gestort van 100 centimeter.

HKS Metals en Van Tunen vormen één team.

Hoogovens Klöckner Scrap Metals BV. (HKS Metals) is – met acht vestigingen in Nederland – één van de grotere bedrijven in ons land, als het om de verwerking van schroot en producten op non-ferrogebied gaat. 

Het aangeleverde materiaal varieert van koelkasten tot mijnenvegers. Na verwerking worden de producten verhandeld zodat het weer als grondstof kan worden ingezet in de staal- en metaalindustrie. Voor de verwerking en handeling van het materiaal doet HKS Metals al jarenlang een beroep op Van Tunen. 

Enige vaste activiteiten die door Van Tunen worden verricht op het terrein van HKS Metals in Amsterdam zijn: het uitsorteren, opzetten en verladen van schroot. Het lossen van lichters of duwbakken en het laden van containers met schroot. 
Behalve het laden en lossen is ook het knippen van de aangevoerde schrotsoorten een belangrijke activiteit. 

Een groot gedeelte van dit schroot wordt geleverd aan Hoogovens en is bestemd voor onder andere OXY 1. Het is belangrijk dat de machinist die wordt ingezet kennis van de te verladen schrotsoorten heeft. Daarnaast moet hij een goed oog hebben voor de kwaliteit van het schroot.

Panc Vis is – met zijn jarenlange ervaring op het gebied van laden, sorteren en beoordelen van schroot – daarom de vaste machinist op de splinternieuwe overslagkraan de TU 382. Deze hydraulische Åkerman EC620 met Keboma-keuring biedt meerdere voordelen ten opzichte van de bestaande elektrische havenkranen op het terrein van HKS Metals. 

Met name de handelingssnelheid en de storingsgevoeligheid vallen duidelijk uit in het voordeel van de TU382. De nieuwe aanwinst verwerkt, in dezelfde tijd, evenveel schroot als twee havenkranen. Bij een stroomstoring in de kabelgoot staan de havenkranen stil terwijl de TU 382 verder kan. 

De mobiliteit is een extra voordeel, want de machinist is nu in staat op een hoop schroot te kruipen, waardoor de lengte van de giek optimaal wordt gebruikt. Met de nieuwe kraan worden dagelijks onder andere elf tot vijftien vrachtauto’s met schroot voor de OXY 1 en OXY 2 van Hoogovens geladen.

Naast het overslag-, uitzoek- en laadwerk van schepen en vrachtauto’s is ook het op maat knippen van grote materialen een belangrijke taak. Piet Bakker mag zich de ‘knipspecialist’ bij Van Tunen noemen. Van treinwagons en schepen tot overslagkranen heeft Piet al op maat geknipt, waardoor het goed handelbaar werd.

Één van de spraakmakende opdrachten is het regelmatig knippen van mijnenvegers, direct aan de kade. Na het vakkundig losknippen van de verbindingen wordt met behulp van de TU382 de volledige bovenbouw van de mijnenveger afgescheurd en op de kade gelegd. 
Met de schaar wordt het materiaal vervolgens verder op maat geknipt. 

Behalve schroot worden de laatste tijd ook meer en meer non-ferro producten, roestvrijstaal en aluminium, geknipt. Hiervoor wordt de TU334 met LaBounty schaar ingezet.

Voor dit vaak specialistische werk wordt er veelvuldig overleg gevoerd tussen de bedrijfsleiding van HKS Metals – de heren Henk Damens en Bertus Hooijer – en Jaap Klopper van Van Tunen. Door deze korte lijnen wordt er voor elk probleem snel een oplossing gevonden. De onderlinge samenwerking verloopt dan ook uitstekend. De werknemers van HKS Metals en Van Tunen vormen daarbij één team. Een prettige werksfeer die borg staat voor een goede toekomst. 

Credit Lyonnais Bank Rotterdam

Één van de nieuwste projecten is in de zomermaanden in Rotterdam gestart en medio september 1994 naar tevredenheid afgerond. 
 
In opdracht van de firma Struyk en hoofdaannemer Fundasol werd een bouwput gegraven ten behoeve van het nieuwe hoofdkantoor van de Credit Lyonnais Bank Nederland. In het hart van de stad Rotterdam, aan de blaak, is Sjaak van der Geer namens Van Tunen als machinist werkzaam geweest.

Een uitdagend maar moeilijk project. Er werd gewerkt op een uiterst krappe bouwplaats van niet meer dan 40 bij 70 meter in het hart van de stad. Daar komt bij dat er veel ondergrondse obstakels in de vorm van oude kademuren en oude paalfunderingen aanwezig waren, die eerst moesten worden verwijderd. Ook kon de bouwput slechts van één kant worden ontgraven.

Toch verliepen de werkzaamheden voorspoedig. In de eerste fase werd er een stalen damwandkuip langs het water geslagen. Vervolgens kon er tot een diepte van drie meter worden ontgraven. Dit alles vóór de plaatsing van een stempelraam. Hiermee werd de waterdruk van buitenaf opgevangen; een belangrijke onderdeel van de werkzaamheden. 

Hierna kon Sjaak van der Geer verder graven tot een diepte van 6 meter voor de plaatsing van een tweede stempelraam. Activiteiten die snel en vakkundig verliepen, waardoor de gewenste diepte van tien meter binnen de krappe tijdsplanning werd gehaald.

Sjaak van der Geer maakte daarbij gebruik van de TU374, een  Åkerman H25CLC, met een giek van 21 meter. De knijper was voor deze opdracht nog eens door middel van koppelstukken verlengd. 

Specialistisch werk
Voordat Van Tunen aan het uitgraven van de bouwput kon beginnen, waren er door hoofdaannemer Fundasol maar liefst 334 Vibro-palen de bodem in geheid. 

Bij deze vorm van heien wordt een stalen buis de bodem in geslagen waarin vervolgens beton wordt gestort. Daarna wordt de stalen buis omhoog getrokken en blijft het beton met de voetplaat in de bodem achter. 

De werkzaamheden aan de paalfundering en het uitgraven van de bouwput, waaraan Van Tunen heeft meegewerkt, vormen de basis voor het nieuw te bouwen bankgebouw. De Credit Lyonnais Bank krijgt een hoogte van 100 meter en zal daarmee het hoogste gebouw aan de Blaak zijn. 

Het zal in het financiële centrum van Rotterdam een blikvanger worden, want naast de enorme hoogte zal een lage uitbouw aan de toren rusten op stalen poten. Een niet alldaags gezicht waar bewust voor is gekozen. 
Het nieuwe pand komt namelijk tegenover het 17e-eeuwse monumentale Schielandshuis te staan dat, door de gekozen methode van de stalen palen, nu vanaf de weg zichtbaar blijft. 

Hiermee zal Rotterdam weer een opvallend gebouw rijker zijn. Een bouwproject waaraan Van Tunen zijn ‘kuiltje’ heeft bijgedragen.  

Nachtwerk op de A9

Van Tunen is een continu bedrijf en dat betekend dat er ook in het weekend en de avonduren gewerkt medewerkers actief zijn als de opdrachtgever dat wenst. Fotograaf René van der Meulen zag, met gevaar voor eigen leven, zijn kans schoon dit sfeerbeeld te fotograferen toen hij net voor de bouwvakvakantie in 1994 ’s nachts op de A9 reed. In opdracht van Vermeer uit Hoofddorp hielp Van Tunen mee aan de reparatie van de afritten van de A9 nabij de Velsertunnel.


Schrotcatering Hoogovens

In een interview met het Haarlems dagblad vergeleek directeur Jan van Tunen het ooit met het maken van soep. "Daarbij heb je soms ook wel een s wat meer zout en peper nodig om de enige juiste smaak te krijgen". 
Hij doelde daarmee op de schrotcatering, al sinds jaren één van de typische van Tunen activiteiten.

De theorie
Schrotcatering is het proces waarbij staalschrot wordt gemengd voor hergebruik als grondstof voor de staalproductie. Het staal dat uiteindelijk wordt geproduceerd dient van goede en constante kwaliteit te zijn. Van groot belang hiervoor is de samenstelling van de grondstoffen. 

Van Tunen heeft samen met Hoogovens een weegsysteem ontwikkeld. Deze is gemonteerd op een rupskraan met een magneetuitrusting. Met de magneet worden stukken schrot uit de bakken en schappen gehaald en door middel van het systeem is de hoeveelheid schrot die aan de magneet hangt te wegen. Het is dus mogelijk om de samenstelling van de bak die geladen moet worden, nauwkeurig te bepalen.

De praktijk
Één van de machinisten die er dagelijks mee te maken had was Mark de Graaf.
"Met dit systeem kan eigenlijk weinig fout gaan",zo vertelde hij. "In de kraan die wij bedienen zit een weeginstallatie waarmee je menu's maakt voor Oxy 1. 

Via de mobilofoon krijg je te horen waaruit het menu moet bestaan en wat de precieze gewicht is van de ingrediënten. " Het schotmateriaal wordt op verschillende manieren verkregen: Uit schappen die door Heckett worden aangeleverd, betonijzer wat door van Tunen wordt geknipt en als laatste vuilverbrandingsschrot. 

"Als de schrotbakken zijn gevuld", gaat Mark verder,"dan worden de gegevens via een in de kraan aanwezige portomat uitgelezen door een computer, waarna deze weer worden gefaxt naar Oxy 1. Daar wordt dan een keuze gemaakt uit de bakken die klaar staan. 
"Eigelijk is het dus heel simpel", aldus Mark.     

Avontuur bij Texel

In de periode 16-27 april 1994 wisten de mannen van Van Tunen een moeilijke klus, voor de kust van Texel, te klaren. Zij verrichten er op een ponton graafwerkzaamheden in het kader van een uniek project van het Alkmaarse aannemersbedrijf P.Daalder
Er moesten heel wat problemen worden overwonnen, zoals de zeer sterke stroming waardoor het ponton tijdelijk op drift raakte.

P. Daalder’s aannemingsbedrijf BV. Is onderdeel van Ooms Avenhorn, een bedrijf dat onder meer is gespecialiseerd in kust- en oeverwerken. In opdracht van het Provinciaal Energiebedrijf Noord-Holland voert Visser Smit/HANAB een uniek project uit: met behulp van het spuitlansponton Dina M worden twee stroomkabels dwars door het Marsdiep van Den Helder naar Texel getrokken. 

Nog nooit eerder werden in Nederland over een zo grote afstand (7-8 km) elektriciteitstransportkabels onder water gelegd. In dit project speelt P. Daalder’s aannemingsbedrijf een belangrijke rol.

Omdat de overheid heeft bepaald dat kabels over het wad altijd moeten worden ingegraven, dienen de kabels in de grond te worden gelegd. Met behulp van een spuitlans wordt de zeebodem een 3m tot 8m diepe sleuf gespoten waarin de kabel wordt gelegd. 

Nadat de kabel in de sleuf is gevallen, vult deze zichzelf weer met zand. Nadat eerst talrijke oude staalkabels van vissersvaartuigen, die het werk ernstig belemmerden, waren opgeruimd, boog Daalder zich over een ander probleem: de spuitlans was niet in staat om door de kustverdediging van Texel heen te dringen. Deze wordt gevormd door een laag zeildoek bedekt met gevlochten wilgenhout met daarop een dikke laag stortsteen.

Plan de campagne
Van Tunen houdt wel van een uitdaging, dus werd al gauw met Daalder overeenstemming bereikt om deze klus te klaren. Ook het plan de campagne werd in korte tijd opgesteld. 

Op zaterdag 16 april 1994 werd door de monteurs van van Tunen een ponton van 35m lang en 12,5m breed gereed gemaakt. Op het drijvende gevaarte werd de TU374 (Åkerman H25CLC) met een lange giek met verlengstukken van 1,5m, twee poliepen, een knijperbak en een tankwagen gezet. Met deze uitrusting moesten de graafwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd.

De volgende dag, zondag 17 april werd het ponton over het IJsselmeer richting Texel gesleept, waar het rond 17:00 uur arriveerde. Jan Vriesema en Fred van der Eng wachten het transport op en maakten ondertussen kennis met Jan de Groote, uitvoerder bij Daalder en Piet Slik, schipper van de sleepboot Rekere, met wie zij tijdens de klus bijzonder goed zouden samenwerken. 

De Rekere voer uit om samen met de sleepboot, de Alcmaria, het ponton in positie te brengen. Hoewel volgens plan ook ’s nachts zou worden gewerkt, werd daar op aandringen van Jan de Groote van afgezien. Volgens de Groote zou ’s nachts werken te gevaarlijk zijn. 
De gebeurtenissen zouden hem in het gelijk stellen.

Ponton op drift
Het ponton werd verankerd door middel van twee sputpalen van 12 en 14 meter en ankerlieren. De invloed van de zee bleek echter sterker dan verwacht. Door de sterke opwaartse druk van het zoute water in combinatie met de sterke stroming en de getijdenwerking bleken de sputpalen niet genoeg houvast te hebben, waardoor het ponton op drift raakte.

De mannen moesten machteloos toezien hoe het drijvende platform razendsnel door de sterke stroming werd meegevoerd, weg van de ankerplaats. Gelukkig raakten de sputpalen na korte tijd weer de grond, zodat het ponton op zijn onverwachte zeereis werd gestuit en één van de sleepboten kon uitvaren om het ponton weer aan te lijnen.

Om herhaling te voorkomen werd een aantal gaten in de palen gemaakt, zodat het water erin kon lopen en voor extra gewicht zorgde. Op dit moment diende een tweede probleem zich aan. Metingen wezen uit dat op sommige plekken het water door zee-invloeden wel 18m diep was en dus veel dieper bleek als voorzien. 

In allerijl werden lassers opgeroepen, die zaterdag 23 april op elke sputpaal een stuk van 5 m zetten. Mede dankzij het grote improvisatietalent en de grote inzet van Jan de Groote en Sieme de Smidt, de schipper van de Alcmaria, Jan Vriesema en Fred van der Eng, was het weggraven van de zinkstukken op woensdag 27 april gereed. 

Bouwput vóór vertrekhal Schiphol.

Terug van weggeweest en prominenter dan ooit in beeld. 

Als bezoeker van de luchthaven Schiphol viel er niet te ontkomen aan het Van Tunen-blauw.
Pal vóór de vertrekhal wordt vanaf half oktober 1993 gewerkt aan een enorme bouwput ten behoeve van de uitbreidingsplannen van de luchthaven. 

De NV Luchthaven Schiphol wenst zich te profileren als een moderne luchthaven die zich mondiaal kan meten. Schiphol als Mainport, dat is het uitgangspunt. Om de verwachte groei van het aantal reizigers te kunnen verwerken vinden er veel activiteiten plaats. 

In 1992 was Van Tunen al betrokken bij het graven van een bouwput ten behoeve van een tweede spoortunnel. Nu is Van Tunen ingeschakeld door bouwonderneming NBM Noord-West om een bouwput te graven. Er moet 120.000 kuub zand worden verwijderd.

Jan Vriesema
Uitvoerder Erwin Reijers van NBM geeft aan dat het om een bouwput gaat, waar straks een parkeergarage zal verschijnen. “Er zullen twee lagen onder de grond verdwijnen, terwijl twee lagen bovengronds zijn gepland”, aldus Reijers. “Daarboven worden een hotel en diverse kantoorunits gebouwd. 

De opdracht is gegeven door het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en wordt uitgevoerd door het consortium P4, dat bestaat uit NBM Noord-West, Nelissen van Egteren, Dirk Verstoep en Dura Bouw. NBM is verantwoordelijk voor het grondverzet en heeft in Van Tunen een prima partner gevonden. 

Jan Vriesema is de machinist die de klus aanpakt. Hij maakt gebruik van een Åkerman H25CLC (TU374) met een giek van 19 meter, een knijperbak met een inhoud van 1850 liter en een dieplepel met een inhoud van 2800 liter. Er wordt in water gegraven, maar van de natte grond wordt weinig hinder ondervonden. Eind januari hoopt Jan de klus geklaard te hebben. 

Dagboek van een ‘Piersloper’

Na vijf maanden actie zijn de werkzaamheden ten behoeve van het Strandplan in IJmuiden naar volle tevredenheid voltooid. Een prima samenwerking met opdrachtgever J.G. Nelis en een perfecte inzet van een flink aantal medewerkers van Van Tunen, waren de basis voor een van de meest spraakmakende opdrachten die Van Tunen tot nu toe heeft uitgevoerd. 

In de maand april werd een start gemaakt met verschillende grondwerkzaamheden. Zo werd er een ringweg aangelegd om de jachthaven. Het materiaal voor de ringweg kwam uit het talud dat de jachthaven vormgeeft. Voor dit talud werd over een lengte van 1700 meter, ruim vier meter diep gegraven, om zo een oplopende dam te vormen.

Hoogtepunt
De grootste uitdaging was echter de sloop van de 130 jaar oude IJmuidense Zuidpier. Op 7 juni begonnen de mannen aan een opdracht waarvoor doorzettingsvermogen en improvisatie een eerste vereiste bleken te zijn. 

Absoluut hoogtepunt waren de festiviteiten rond de officiële pierdoorbraak op 6 juli. Landelijke en regionale pers kwamen massaal af op dit spraakmakende gebeuren. 
Alle kranten en nieuwsbulletins op de televisie maakten dan ook melding van dit heuglijke feit. Een erkenning voor zowel J.G. Nelis als Van Tunen, want het komt niet vaak voor dat er zo’n enorme aandacht van de media is voor een bouw- of in dit geval een sloop-activiteit. 

Eind augustus is de totale doorgang van de pier gerealiseerd.

”Een prachtklus”, aldus voorman-machinist Jaap Klopper, die met Ber Mak een belangrijk aandeel heeft gehad bij de gedeeltelijke sloop van de IJmuidense pier. Jaap heeft een dagboek bijgehouden van de werkzaamheden. “Een dagboek van een piersloper”, waarin duidelijk wordt dat de Engelse bouwers van de pier 130 jaar geleden een vakkundig werkstuk hebben geleverd.

7 juni – 23 juni
Wachten duurt lang. Hoewel de start van de sloop van de pier half mei gepland is, komt de toestemming om de klus te beginnen pas op 7 juni. In goed overleg met hoofdaannemer J.G. Nelis wordt besloten de TU390, een Poclain van het type 600, de Zuidpier op te rijden. 

Behalve een doorgang in de pier zullen ook tegen de pier aangestorte betonblokken moeten worden uitgegraven. De doorgang ten behoeve van de nieuw aan te leggen jachthaven betekent dat er aan de bovenkant van de pier een gat van 37 meter breed moet komen. Aan de onderkant van de pier, zes meter onder N.A.P., zal dit gat 28 meter breed worden. De totaal te slopen hoogte is 11,20 meter.

Al snel wordt duidelijk dat er nog geen toestemming komt om aan de pier zelf te beginnen. Rijkswaterstaat vindt het onverantwoordelijk, omdat een aantal essentiële werkzaamheden nog niet zijn afgerond. Er worden nog kabels omgelegd, boten zijn aan het baggeren en de zandzuiger om de eigenlijke jachthaven te maken is nog volop in bedrijf.

De Start
Om niet nog meer vertraging op te lopen starten we daarom met het uitgraven van de tegen de pier aangestorte betonblokken. Blokken, in gewicht variërend van 8.000 tot 30.000 kilo, worden op de pier getild en met grote shovels naar een tijdelijk depot afgevoerd.

Een spectaculair gezicht, maar geen gemakkelijke klus. De opdracht is aan ‘maatje’ Ben Mak echter wel toevertrouwd. Opvallend is de grote hoeveelheid hefkracht van de Poclain, die de grote zware blokken betrekkelijk eenvoudig op de ruim vijf meter hoge pier neerlegt.

Naast de pier wordt een talud aangelegd. Hierdoor kunnen we de Poclain naar beneden rijden om ook de dieper liggende blokken af te graven. Beneden aangekomen blijkt dat er vrij veel hinder is van water. Er wordt daarom een dijk aangelegd om het water buiten het werkgebied te houden.

Met behulp van de inmiddels aangevoerde TU331 worden de resterende blokken tot N.A.P. niveau ontgraven.

24 juni – 5 juli
Het wachten is nu op de echte uitdaging, het aanpakken van de pier. Op 24 juni wordt het wachten beloond en komt er een groen licht om te starten. 

De TU240 en de TU222 jekkeren een sleuf in de pier voordat de Poclain in actie komt. Een ervaring op zich, want de verwijdering van de deklaag op de pier is spectaculair. Een plaat van gewapend beton met een afmeting van negen bij acht meter en een dikte van een halve meter wordt in één keer losgetrokken en opgepakt door onze ‘minigraver’.

 Er worden heel wat video- en fotofilms volgeschoten. De start mag er dan ook zijn.

Om te kijken hoe het verband is van de pier, jekkeren we een sleuf tot de waterspiegel. Duidelijk wordt dat het gedeelte van de pier dat boven water uitsteekt met behulp van een beul kan worden aangepakt. De volgende dag worden er al flinke klappen uitgedeeld, met de aangevoerde beul van 2350 kilo. 

Een week later is de pier 5.20 meter lager worden. Van zo’n start mag je alleen maar dromen.

6 juli
Tot nu toe alleen maar vrolijke geluiden en optimistische mensen om ons heen. Met nog vijf lagen blokken onder water te gaan, staan we voor een moeilijke beslissing. Hoe nu verder? 

De Poclain blijft in actie en de eerste drie lagen gaan er vrij eenvoudig af. Als het zo snel blijft gaan is de pier doorbroken voordat de officiële pierdoorbraak een feit is. Met project-ontwikkelaar Colthof maken we afspraken over de openingshandeling die op 6 juli plaatsvindt.

Een hoogtepunt in het tot nu toe het meest tot de verbeelding sprekende onderdeel van het werk voor het strandplan. Zeezeiler Dick Nauta mag onder het oog van vele genodigden met de Poclain een blok wegzetten, waarmee de pier symbolisch wordt doorbroken. 

Vanzelfsprekend helpen Ber en ik gastheer Nauta de klus te klaren. Zeven keer op de televisie en foto’s in bijna alle kranten zorgen voor veel landelijke reclame. Het geeft een prima gevoel, want het is toch wel even ‘onze klus’, waarover gemeld wordt.

7 juli – 27 juli
De naam is gemaakt maar nu het werk nog. De diepste lagen liggen nog en geven meer problemen dan gedacht. Nadat alles zo voorspoedig is verlopen, komt direct na de festiviteiten de tegenslag.

Het lukt ons niet meer met de Poclain, dus zijn andere methoden gewenst. Met behulp van een Cat 245 jekkeren we de muurvast zittende betonblokken stuk. De brokstukken krijgen we met de TU390 wel naar boven. 

Het is een periode van geduld bewaren en veel sleutelen en ombouwen aan machines. Je beseft dan nog eens extra de waarde van de technische dienst. Kilometers leggen de mannen af om de machines draaiende te houden. Er wordt in deze periode vaak een beroep gedaan op de collega’s maar nooit tevergeefs. Een geruststellende gedachte. 

Op 27 juli realiseren we de echte pierdoorbraak dan toch.

28 juli – 31 augustus
Andere problemen komen om de hoek kijken, het tij. Door de wisselende waterstanden valt er alleen bij laag water te werken, wat een stagnerend effect teweeg brengt. 

Daarnaast blijkt de pier gebouwd op een bed van stortsteen dat langzaam afloopt naar een diepte die nog onder de uiteindelijke pier ligt. We komen gieklengte te kort. De oplossing wordt gevonden in het ombouwen van de TU377. De technische dienst levert een huzarenstuk door binnen één dag de machine van knipschaar naar lange giek om te bouwen.

De blokken blijken muurvast te zitten. Het doorzettingsvermogen wordt nu echt op de proef gesteld, want de problemen werken frustrerend. De oplossing lijkt te liggen in het vanaf de zijkanten ontgraven van de blokken. 

Een intensieve klus die de nodigde koelbloedigheid vraagt. Je staat toch met een kraan van 120.000 kilo op het randje van blokken, terwijl je weet dat het water onder je 6 meter diep is.

De methode werkt met wisselend succes. Er zijn wachten dat je 60 blokken verwijdert, maar het komt ook voor dat er maar drie blokken naar boven komen. Je krijgt respect voor de Engelse bouwers die 130 jaar geleden onder heel andere omstandigheden een vakkundig bouwwerk hebben neergezet.

Geen bouwvak dit jaar want de activiteiten gaan gewoon door. De machines zijn contractueel al weer vastgelegd voor een andere opdracht dus wordt er fanatiek doorgewerkt. Het laatste blok ontvangen we met gejuich. “Missie sloop Zuidpier” volbracht.

De vakantie lokt. Ber Mak zal uit zijn toekomstige pilotenstoel, als hij overvliegt, nog wel eens terugdenken aan die prachtige sloop, in die fantastische machine met zijn maatje Jaap Klopper. 
Ik kijk nu al weer uit naar de volgende opdracht waarbij we met het uitgraven materiaal een strekdam voor de jachthaven gaan bouwen. 

Kortom wordt vervolgd.

Project Eemshaven geslaagd.

”Weer één klus om in te lijsten”. Zo omschrijven de machinisten Henk Ridderbos, Jeroen van Son en Fred van der Eng het onlangs geklaarde project bij de Eemshaven in Groningen.

Opdrachtgever Van den Herik uit Sliedrecht benaderde Van Tunen voor het graven van een bouwput met een diepte van 24 meter. Dit ten behoeve van een nieuwe Eems-Centrale. 

Er werd 15.000 kuub klei, zand en veen uitgegraven en overgeladen op dumpers, die rond de bouwput konden rijden. Aansluitend werd er 2500 kuub zand in de put teruggedraaid als bodemverbetering. Geen eenvoudige klus, want de bouwput was in zee gelegen.

TU374 in de takels
Voor dit specialistische karwei werd de TU374 ingezet. Met een giek van 20 meter en 5 verlengstukken van elk 1,5 meter was de TU374 op zich al een bezienswaardigheid. Dit werd nog eens versterkt toen een 400 tons kraan van het kraanbedrijf De Kil uit Dordrecht de TU 374 in de takels nam en op een traverse boven de bouwput plaatste. Deze traverse kon heen en weer rijden zodat de hele put was te bereiken.

”Een hele ervaring de eerste keer dat ik in de machine stapte”,verteld Henk. "Anders sta je aan de rand van een put, maar nu hing je er boven. Dan is zo’n bouwput toch dieper dan je denkt. Dit in combinatie met het bewegen van de traverse, maakte het werk anders als anders”.

”Een extra probleem was de buitendruk”, vervolgt Fred. “De bouwput, voorzien van stempelramen en grondankers, moest nat worden uitgegraven. Zolang de grijper in het water verbleef waren er geen problemen, maar kwam hij boven water dan moest je goed bedacht zijn op het plotselinge drukverschil”.

24uur werken als team
Er werd 24uur per dag doorgewerkt om de krappe tijdsplanning te kunnen halen. Ondanks enige tegenslagen werd de klus op tijd geklaard en kunnen de mannen terug zien op een geslaagde missie. 

Henk:”Ondanks dat je als machinist al veel meegemaakt hebt, ben ik weer wat wijzer geworden. Samen onvoorziene omstandigheden oplossen, als team 24uur per dag werken en de klus klaren, geeft echt ‘een Kick’. Bij het team wil ik ook hoofduitvoerder C. Scherpenisse van de firma Van den Herik betrekken, want door een collegiale samenwerking droeg hij een belangrijk steentje bij aan het uiteindelijke resultaat”.

Project strandplan

Teamgeest en een perfecte samenwerking met opdrachtgever J.G. Nelis dienen de basis te zijn voor één van de meest uitdagende opdrachten die Van Tunen heeft mogen uitvoeren. 

Van Tunen zal zijn medewerking verlenen aan de werkzaamheden ten behoeve van het Kennemerstrandplan in IJmuiden. 

Behalve grondwerkzaamheden ligt de grootste uitdaging in het slopen van een deel van de beroemde pier van IJmuiden. Er dient medio Mei 45 meter uit de pier gesloopt te worden. 

Een kilometers lang hek tussen de Zuidpier en de IJmuiderslag markeert de plek waar half maart is begonnen met de werkzaamheden rond de grootscheepse uitvoering van het strandplan.

Van Tunen heeft zes tot acht machines ingezet om de werkzaamheden naar behoren te kunnen uitvoeren. Voordat met de doorbraak van de pier wordt begonnen zal eerst een ringweg worden aangelegd om de toekomstige jachthaven. Rijkswaterstaat wenst deze ringweg, omdat ook na de doorbraak het einde van de pier bereikbaar moet blijven.

Talud
Het benodigde materiaal voor de ringweg is afkomstig van het talud dat de jachthaven vormgeeft. Voor dit talud wordt over een lengte van 1700 meter ruim vier meter diep gegraven, om een oplopende dam te vormen. 

Tijdens de werkzaamheden wordt het grondwater tijdelijk met bronbemaling weggehaald door J.G. Nelis. Het bedrijf zal een zandzuiger inzetten om de eigenlijke jachthaven te maken. De zandzuiger is een drijvende machine waarvoor Van Tunen eerst een start gat van 18.000m³ graaft. Vervolgens wordt de zandzuiger ingezet.

Slopen pier
Hoogtepunt van de activiteiten zal de gedeeltelijke sloop van de IJmuiderpier zijn. Als de contouren van de jachthaven zichtbaar zijn zal er met behulp van de nieuwe aanwinst TU390, een Poclain van het type 600, een poging worden ondernomen 45 meter uit de pier te slopen. 

“Een uitdagende maar tevens spannende klus”, aldus Jan van Tunen, “omdat er geen goede tekeningen zijn van de pier. Hierdoor is niet precies bekend wat we mogen verwachten als de eerste laag van de pier is gesloopt. De te verwijderen blokken wegen minimaal 25.000Kg, maar wat de zwaarste blokken wegen is dus nog een verrassing”.

Machines
Voor het realiseren van het talud, het graven van het startgat ten behoeve van de zandzuiger en de sloopwerkzaamheden van de pier, zet van Tunen zes tot acht machines in. Behalve de imposante Poclain 600 en een bij de firma Ooms ingehuurde Komatsu rupsgraafmachine zijn dat een Åkerman H25CLC (TU377), een Åkerman H16DLC (TU333), een Fiat buldozer (TU050) en meerdere Komatsu shovels. Van Tunen verwacht half mei de werkzaamheden te hebben voltooid.

Doorgraven pier verloopt voorspoedig
Begin juni is begonnen met het doorgraven van de Zuidpier van IJmuiden. Één van de werkzaamheden ten behoeve van het Kennemerstrandplan. 

Met behulp van de TU390 (Poclain 600), zijn de machinisten Jaap Klopper en Ber Mak gestart met de gedeeltelijke sloop van de IJmuiderpier. Tot nu toe verlopen de werkzaamheden nog helemaal volgens schema. In een ras tempo werkt de Poclain zich een weg door de pier. 

Naar schatting zullen ongeveer 1400 blokken worden verwijderd. De blokken worden weer in zee gestort. Hiermee wordt aan weerzijde van de toegang tot de jachthaven een golfbreker gebouwd.

Grote knipklus bij Wilton Feijenoord

In opdracht van de firma van As reisden Ber Mak en Panc Vis midden 1992 af naar Rotterdam om te beginnen aan de sloop van een machinehal.

Op het terrein van Wilton Feijenoord (bij de Beneluxtunnel) moest deze hal met de grond gelijk gemaakt worden. Dat betekende 7 weken werk voor Ber en Panc, die voor dit karwei de met scharen uitgevoerde
Åkerman H25DLC (TU 377) en Åkerman H16DLC (TU 331) gebruikten. 
In dit tijdsbestek hebben ze circa 2000ton schroot geknipt.  

Bouwput voor spoortunnel Schiphol.

Ook Van Tunen is betrokken bij de uitbreidingswerkzaamheden van de luchthaven Schiphol. Om de te verwachte groei wat betreft het aantal reizigers te kunnen verwerken, is de NS begonnen met de bouw van een tweede spoortunnel. 

Van Tunen is door het bouwbedrijf Ballast Nedam, de hoofdaannemer, ingeschakeld om ten behoeve van deze tunnel een deel van de bouwput te graven. In zijn geheel is de put ongeveer een kilometer lang. Van Tunen heeft daarvan circa 200 meter voor zijn rekeninggenomen.

binnen twee weken
Doordat de bouw van het hele project drie weken vertraging had opgelopen, moest de bouwput binnen twee weken worden ontgraven. 

Dat was aan de machinisten Ed Veen en Arjan Havenaar wel besteed. Met behulp van een Åkerman H25CLC (TU375) met een giek van 19 meter en een knijperbak met een inhoud van 1850 liter, werd de klus in ploegendienst aangepakt. Dat betekende dat van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat de machine bezet was. 

Om de druk in de put overal hetzelfde te houden, werd de grond eerst onder water gezet, voordat met het afgraven kon worden begonnen. Van deze natte grond werd echter weinig hinder ondervonden.

”Het was eigenlijk een korte maar krachtige klus”, omschrijft Ed Veen het project. “We zijn er nog geen twee weken bezig geweest. Op een gegeven moment moesten we zelfs stoppen, omdat de Heier ons niet kon bijhouden.

Begin 1991 was Rob Davidson in opdracht van Ballast Nedam voor langere tijd ook al werkzaam aan de tunnel voor de schiphollijn. Een machige klus zoals hij het omschrijft die hij uitvoerde met een Åkerman H25CLC met een gieklengte van 22 meter.

Moeilijke natte klus in Utrecht voor Arjan Havenaar.

In opdracht van Vermeer Grond- en Wegenbouw in Hoofddorp heeft Van Tunen vorige maand in Utrecht een bouwput gegraven ten behoeve van een voetgangerstunnel.

Voor deze put, met een lengte van circa 150 meter, een breedte van 9 meter en een diepte van 8 meter, werd een Åkerman H25CLC met een gieklengte van 19 meter en een knijperbak met een inhoud van 1850 liter gebruikt.

Arjan Havenaar trad als machinist op, bij deze volgens hem, “vrij intensieve en moeilijke klus”.
Zo moest tijdens het graven onder andere rekening worden gehouden met het tramverkeer. 
“De machine werd zelfs (geaard) met een kabel aan de tramrail verbonden, voor het geval hij in aanraking zou komen met de tram.” 

Bovendien diende Arjan in de put uiterst behoedzaam te manoeuvreren om de geplaatste stempels niet te beschadigden.

Door al die belemmeringen kon Arjan “slechts” 750 kubieke meter grond per dag uitgraven.
“Ja, al met al een klus waar je goed geconcentreerd mee bezig moest zijn. Anders hoefde je er niet eens aan te beginnen. Maar ik doe ze graag, zulke klussen, want je leert er elke dag weer iets van”, aldus Arjan.

”En bovendien vind ik het altijd weer fijn als de mensen waarmee je werkt tevreden zijn. Dat is voor een machinist ook een fijn gevoel.”

De man met de hamer.

De term “de man met de hamer” wordt voornamelijk in de sportwereld gebruikt.
Het betekent in feite, dat het van het ene op het andere moment totaal niet meer gaat. De ene minuut loop of fiets je nog de sterren van de hemel, en de volgende minuut is de verzuring plotseling toegeslagen.

Veel nietsvermoedende wandelaars maakte eind januari in letterlijke zin kennis met het fenomeen; “de man met de hamer”. 

Midden in de altijd drukke Breestraat in Beverwijk assisteerde Jan Vriesema met de TU222 opdrachtgever Johan de Bie bij het verwerken van sloopmaterialen van het voormalige NMB-gebouw. 

De Åkerman H7MC mobiele graafmachine, uitgerust met een hamer liet menig passant stilstaan om een ogenblik te genieten van dit niet allerdaags schouwspel.

Zeven van cokes

Van Tunen vindt zijn wortels in het grondwerk; het vormde de basis voor succesvolle activiteiten op andere gebieden. Het grondwerk is in de afgelopen jaren een specialiteit gebleven. 

Tamelijk nieuw, maar zeer in het oog springend, zijn de recyclingactiviteiten. Het gaat dan vooral om recycling van grondstoffen ten behoeve van de staalindustrie. Van Tunen heeft hiervoor drie zeefinstallaties die bestaan uit bunkers waar aan een zeefinstallatie is gekoppeld. Ze worden gevuld door shovels. 

De zeefinstallaties worden ingezet voor het zeven van restproducten. Één van die producten beteft cokes dat door een zeefinstallatie op maat wordt geselecteerd (van grof tot heel fijn). De cokes wordt al naar gelang de grofheid voor diverse toepassingen hergebruikt.

Wat wordt er gezeefd?
Het restant van de cokes wordt “Bries” genoemd. Deze is afkomstig van de cokesfabriek en de ovens die de cokes zeven. 

Het restant, de bries, wordt verzameld en naar de Van Tunen recycling locatie vervoerd. 
Hier zorgt Van Tunen ervoor dat het materiaal op de door Hoogovens gewenste maten wordt gezeefd. 

Deze handeling is nodig omdat de bries door de aanwezigheid van fijne deeltjes niet zomaar in de ovens gestort mag worden. De echte fijne deeltjes zouden namelijk het vuur laten stikken. 
Na behandeling is het product echter wel geschikt voor hergebruik. Het fijne materiaal wordt namelijk ingezet bij de SIFA; de sinterfabriek. 

Van Tunen’s dubbeldeks-zeefmachine verwerkt zo’n 1000ton per acht uur.

Aanleghaven Texel

Van Tunen assisteert de combinatie J.G. Nelis en Daalder met het maken van een nieuwe aanleghaven, ten behoeve van de veerdienst Den Helder – Texel. De hoofdopdrachtgever van het project is R.W.S.

Op spectaculaire wijze is eind Juli 1991 een begin gemaakt met het project Texel. 

Een buitengewoon transport vervoerde de TU373 met lange giek naar de kooisluis bij Julianadorp. Dit transport trok veel aandacht, want het gebeurt niet dagelijks dat er een kraan met een gieklengte van 22 meter, en een breedte van 4,15 meter en een eigen gewicht van 65 ton voorbij komt.

De reusachtige blikvanger, een Åkerman H25CLC, werd op een ponton geladen. Een klus voor specialisten, want het gevaarte diende door het kanaal naar open zee en vervolgens naar Texel gevaren te worden. 

Het wachten was op een windstille dag omdat anders de overtocht te veel risico met zich mee zou brengen.

5 Augustus werd het sein op veilig gezet en kon dit niet allerdaagse vaartuig aan zijn tocht beginnen. Via het Noordhollands Kanaal en het Maarsdiep bereikte het bezienswaardige transport zijn bestemming; de Texelse aanleghaven van het veer Den Helder – Texel.

Arie Hoogland, de specialist in het werk met lange gieken, is als machinist toegevoegd aan deze opdracht. In ongeveer twee maanden tijd zal hij 21.000m³ grond ontgraven en duizend ton basaltblokken opbreken

Gevudo Dordrecht

Één van de nieuwste projecten is eind augustus 1991 in Dordrecht gestart. 

In opdracht van Visser en Smit Bouw BV uit Papendrecht wordt er, ten behoeve van de Gemeentelijke Vuilverbranding Dordrecht (Gevudo), een bouwput gegraven. Op deze plek zal een nieuwe verbrandingsoven worden gerealiseerd.

Panc Vis hengeld in de put
Machinist Panc Vis graaft met een Åkerman H25CLC een natte bouwput van 46,6 meter lang, 16,6 meter breed en 7,1 meter diep. 

De knijper is voor deze opdracht door middel van koppelstukken verlengd. Met een giek van 22 meter kan een diepte van 18 meter worden bereikt. Met name de laatste twee meters vragen de nodige kunde van Panc. Het laatste gedeelte van de bouwput wordt namelijk tussen bestaande heipalen gegraven. In de put staan 146 heipalen, waarvan de meeste slechts 60cm uit elkaar. 

Ook dient rekening gehouden te worden met de dwarsbalken in de hoek van de put. De heipalen staan zo dicht op elkaar, dat alleen met behulp van een atlasknijper van 58cm breed de klus geklaard moet worden.

Een extra moeilijkheid in deze fase is het uitzicht van de machinist. De put staat namelijk volledig onder water, door de hoge onderdruk van de veenlaag, waarop het project gerealiseerd wordt.

”De klus is door het hoge water en de hoeveelheid heipalen die je alleen op het gevoel moet zien te vinden niet gemakkelijk. 
Je staat er alleen voor, wat een extra verantwoordelijkheid met zich mee brengt. Een te snel uitgevoerde handeling kan één van de heipalen doen afbreken en dat is zeker niet de bedoeling. 

Je kunt ook niet zo maar gaan graven, want zonder systeem klaar je de klus nooit van ze leven. Concentratie, daar komt het op aan en iedere handeling bewust uitvoeren. 

Het is daarom geen nadeel dat ik hier zelfstandig werkzaam ben. Ik kan me zo volledig richten op de uitvoering. Ik weet waar ik geweest ben en waar nog niet, waar de vorige paal stond en waar ik dus de volgende kan verwachten”, Aldus Panc, die verder hoopt dit project binnen vijf weken af te ronden.

Project Averijhaven bijna voltooid.

”Een project om trots op te zijn en waar andermaal werd aangetoond dat je met vereende krachten veel en goed werk kunt verzetten”,aldus Jan van Tunen, met betrekking tot het bijna afgeronde project Averijhaven. 

Teamgeest en een perfecte samenwerking met opdrachtgevers Hoogovens en
J.G. Nelis stonden borg voor een snelle en geslaagde operatie, waarbij in slechts negen maanden tijd 95.000m³ slib werd gebaggerd en 230.000ton slakken werden ingebracht. 
Enorme hoeveelheden die met twee machines van het type Åkerman H25CLC en de inzet van vele werden verwerkt.

1. Het aanleggen van de nooddam
2. Sleuf graven in baggerlaag tot schone grond
3. Definitieve dam maken
4. Materiaal van nooddam in de Averijhaven draaien
5. Baggerspecie opgraven via een kraan op een ponton en met gebruik van zuigschepen. Deze bagger wordt naar de Averijhaven vervoerd

Het dichtslibben van de Buitenkade II (BuKa II) was voor Hoogovens de reden om een oplossing te zoeken voor de opslag van verontreinigd slib dat bij het baggeren naar boven zou komen. 
De oplossing werd gevonden in het creëren van een volledig afgeschermd depot, waarvoor het gespecialiseerde bedrijf
J.G. Nelis uit Haarlem werd benaderd. 
Van Tunen werd onderaannemer voor de activiteiten rond het baggeren en het inbrengen van de slakken. 

September 1990 werd begonnen met de 1e fase.

Omdat de gekozen locatie al verontreinigd was en onder invloed stond van eb en vloed diende er allereerst een nooddam te worden gerealiseerd. Deze dam werd in eerste instantie opgebouwd met behulp van twee splijtbakken. Toen deze niet meer boven de gestorte materialen konden varen namen de TU372 en TU373 de werkzaamheden over.

De machines werden voor dit werk op geprepareerde pontons geplaatst. En met behulp van deze blikvangers, met een gieklengte van 22 meter en met een eigen gewicht van 65 ton, werd de dam tot twee meter boven de waterspiegel opgehoogd. 

De nooddam werd met grove slak versterkt, waardoor deze zonder problemen voor de benodigde vijf maanden dienst kon doen.

In de tweede fase werd op de plaats van de uiteindelijk aan te leggen dam, de grond, met behulp van de TU372 en TU373, weg geknepen en in de splijtbakken gedraaid. 
De kranen waren daarvoor verlengt met koppelstukken waardoor een diepte van 18 meter werd bereikt.

Dit was een moeilijk onderdeel van het project Averijhaven, dat ten slotte resulteerde in het gewenste resultaat; voldoende ruimte om de dam op schone grond te realiseren.

In eerste instantie werd de basis voor de dam gelegd door het storten van slakken. In de periode die hierop volgde werd 47.000m³ bagger verzet, voordat kon worden overgegaan tot de realisering van de definitieve dam. 

Naast een klei-scherm, om de dam waterdicht te maken, werden staalslakken, met behulp van de splijtbakken aangevoerd. De verdere opbouw van de dam werd gerealiseerd, met de verwerkte materialen van de nooddam. 

In drie weken tijd werd 134.000 ton staalslak omgezet en kreeg de dam zijn contouren.

Aan de zeekant bestaat de dam uit een glooiend talud van basaltonblokken, om de erosie tegen te gaan. Tevens biedt de bovenkant van de dam zo uitstekende mogelijkheden voor vissers.

Als alles volgens plan verloopt, wordt de dam medio juli opgeleverd en heeft de firma zich andermaal bewezen als dienstverlener voor andere bedrijven.
(met dank aan J.Krist en G.Kunst van J.G. Nelis voor hun bijdrage aan dit verslag)

Arie Hoogland en de Berenboot
”Het Averijhaven-project is een klus geweest om met voldoening op terug te kijken”, aldus Arie Hoogland. Arie vormde samen met Willem Gieling vier maanden een ploeg, terwijl de andere ploeg was samengesteld uit Jan Vriesema en Henk Ridderbos. 
Twee hechte koppels die 3 september 1990 startte met de uitvoerende werkzaamheden.

”Tijdens de continudiensten van ’s morgens vijf uur tot ‘s avonds elf uur werden er met twee kranen tonnen slak verladen. Er waren recorddagen bij van 20.000 ton. Het was dan ook wel aanpoten geblazen.

Tijdens het wisselen van de splijtbakken had je wat tijd voor een bakje koffie, of moest de machine worden gesmeerd. En dan snel weer aan de slag, want het was natuurlijk een uitdaging om per dag aan een bepaald tonnage te komen”.

”Half september werd de TU372 op een klein ponton geplaatst, wat al snel werd omgedoopt in “De Berenboot”. 

De TU373 kwam daar eind september bij met de gezamenlijke opdracht om de nooddam boven water te krijgen, omdat de slijtbakken er niet meer overheen konden varen. 

In dit stadium hadden wij flink wat tegenslag, omdat het hoge water regelmatig het aangebrachte materiaal wegspoelde. Tijdens die stormachtige nachten had “De Berenboot” schade opgelopen en werd naar de visserijhaven gesleept. Maar het lukte toch, ondanks de kleine tegenslagen, de nooddam in recordtijd boven water te krijgen”. 

Over de vraag of de samenwerking met de opdrachtgevers Nelis en Hoogovens goed was, hoeft Arie niet lang na te denken; “de samenwerking verliep prima en de voorlichting over het project was uitstekend. 

Behalve een goede voorlichting werd er regelmatig werkoverleg gehouden, waarbij zaken als veiligheid, voortgang van het project als collega’s werden besproken. 

Kortom een klus waar ik vier maanden met plezier aan heb gewerkt”.

Willemsspoortunnel Rotterdam 

(nav. artikel Grondverzet & bouwtransport 2/91)

Arie-Jan “Landelijk bekend”
In 1993 zal de eerste trein door de Willemsspoortunnel in Rotterdam rijden. Maar voordat dit plaats kan vinden moet er oa. eerst zo’n 650.000m³ grond worden verzet. Een project waar Van Tunen dus zijn grootste graafmachine, een Åkerman H25CLC, speciaal voor heeft  aangepast. 

De aanpassing van de graafmachine betrof oa. de giek, die verlengd werd, waardoor graven tot een diepte van twintig meter mogelijk werd. Ook is er aan het eind van de giek een camera gemonteerd, zodat machinist Arie-Jan op simpele wijze, via een monitor in de cabine, ziet wat er twintig meter lager gebeurt. De machine is geheel beveiligd en heeft een hijscapaciteit van 4800Kg. 

Vaste machinist op de graafmachine is Arie-Jan Havenaar. Als we hem mogen geloven  heeft het project Willemsspoortunnel hem al heel wat zweetdruppels en zware Van Nelle gekost. 
Sinds Juli 1989 is Arie-Jan werkzaam bij Van Tunen. 

Genoeg reden voor het vakblad Grondverzet & Bouwtransport in het nummer 2/91 een boeiend artikel te wijden aan Arie-Jan, en zijn speciale machine. Met het artikel werd Arie-Jan ineens een held bij zijn landelijke vakbroeders.

Hierbij enkele fragmenten uit het artikel:
Concentratie

”(…) Vergeet even niet dat op zo’n groot karwei als dit, waar zoveel groot materieel draait, je een flinke verantwoordelijkheid draagt. Één te snel uitgevoerde beweging kan grote ongelukken veroorzaken. Dat geldt natuurlijk voor iedere machinist op welke machine dan ook. 

Ook al ben ik 25jaar machinist, op routine draaien is er niet bij. Routine kan in dit werk zelfs gevaarlijk zijn. Concentratie, daar komt het op aan en iedere handeling bewust uitvoeren. Het vertrouwen van collega’s is dan een noodzaak (…)”.

Diepgevroren nasi
De Rotterdammers volgen alles  met een grote belangstelling. De hele stad ligt een aantal jaren overhoop. Vooral de omwoners hebben veel overlast, zo blijkt uit het artikel van Grondverzet & Bouwtransport waarin Arie-Jan vertelt:”(…) 

Toch krijgen we over het algemeen leuke reacties, soms een ijsje of een blikje fris”. “(…) 
Op die ene keer na.

Het was snikheet en de mensen zochten verkoeling op hun balkonnetje. Op een gegeven moment had ik een stuk hout tussen mijn grijper. En ik doe de bak een keer open dicht. Dat geeft toch een flinke klap, en plots vielen er van negen hoog twee kilo pakken diep gevroren nasi naast mijn cabine (…)”.
”Het is nu nog wachten op de magnetron”.